ECLI:NL:HR:1995:AA1626

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 1995
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
30154
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Van der Linde
  • De Moor
  • Van der Putt-Lauwers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenWet op de omzetbelasting 1968
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting na beroep

Belanghebbende, X B.V., kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode van 12 februari 1991 tot en met 31 december 1991. Na bezwaar werd de aanslag verminderd tot een bedrag van ƒ 21.022 zonder verhoging. X B.V. ging in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden, dat de aanslag verder verminderde tot ƒ 4.821 aan enkelvoudige belasting.

X B.V. stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde meerdere klachten aan tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris van Financiën bestreed het cassatieberoep en na schriftelijke uitwisseling concludeerde de Hoge Raad dat de klachten niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat geen nadere motivering nodig was. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 4 februari 1994 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is over het tijdvak 12 februari 1991 tot en met 31 december 1991 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag ten bedrage van ƒ 21.022,--, zonder verhoging. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft vernietigd en de naheffingsaanslag heeft verminderd tot een aanslag ten bedrage van ƒ 4.821,-- aan enkelvoudige belasting.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij enige klachten aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden. Belanghebbende heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de Staatssecretaris het vertoogschrift heeft aangevuld.
3. Beoordeling van de klachten De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 24 mei 1995 vastgesteld door de raadsheer Van der Linde als voorzitter en de raadsheren De Moor en Van der Putt-Lauwers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.