ECLI:NL:HR:1995:AA1622
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag loonbelasting wegens onbelaste vergoeding parkeer- en tolkosten
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had over het jaar 1990 een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd gekregen van bijna ƒ 30.000,-. Deze aanslag werd na bezwaar gehandhaafd door de inspecteur, maar het Hof Amsterdam verminderde de aanslag tot ƒ 14.038,-. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de door belanghebbende aan werknemers vergoede kosten voor parkeren en tolgelden, bovenop de forfaitaire autokostenvergoeding van 44 cent per kilometer, als onbelaste kostenvergoedingen konden worden aangemerkt. De Staatssecretaris verwees naar een mededeling waarin werd aangegeven dat deze kosten onder de forfaitaire regeling vallen en dus niet onbelast bovenop de 44 cent per kilometer mogen worden vergoed.
Het Hof had geoordeeld dat de mededeling van de Staatssecretaris een begunstigende afwijking van de wet inhield en dat het gelijkheidsbeginsel meebrengt dat vergoedingen voor parkeer- en tolgelden via kredietkaarten of voorschotten niet tot het loon behoorden. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze mededeling slechts een weergave is van het wettelijke systeem en dat de vergoeding boven het forfaitaire bedrag tot het loon moet worden gerekend.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de inspecteur. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Dit arrest werd op 28 juni 1995 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt bevestigd en het arrest van het Hof Amsterdam vernietigd.