ECLI:NL:HR:1995:AA1620
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 301.733, waarvan ƒ 250.474 werd belast volgens artikel 57, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en diende een middel van cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat. Ook werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
De Hoge Raad verwierp het beroep en sprak het arrest uit op 21 juni 1995, vastgesteld door vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en raadsheren Van der Linde en Van der Putt-Lauwers, in aanwezigheid van waarnemend griffier Van Hooff.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem bevestigd.