ECLI:NL:HR:1995:AA1619
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid van kosten vrijwilligerswerk vakbond en ouderenorganisaties
Belanghebbende werd voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 50.993. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de kosten gemaakt voor vrijwilligerswerk voor de vakbond C en ouderenorganisaties als aftrekbare kosten moesten worden beschouwd.
Het Hof oordeelde dat deze kosten niet aftrekbaar waren omdat het vrijwilligerswerk geen bron van inkomen vormde. De Hoge Raad erkende dat het Hof een te beperkte opvatting had omtrent het begrip aftrekbare kosten, aangezien betaald werk niet vereist is voor aftrekbaarheid van vakbondskosten. Echter, uit een brief van de vakbond bleek dat belanghebbende het vrijwilligerswerk niet als bestuurslid of vertegenwoordiger had verricht.
Daarmee waren de kosten niet vergelijkbaar met aftrekbare vakbondskosten en vormde het vrijwilligerswerk geen bron van inkomen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de kosten voor vrijwilligerswerk zijn niet aftrekbaar.