ECLI:NL:HR:1995:AA1592
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over verliesverrekening en aanslagtermijnen in inkomstenbelasting 1977
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1977 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 90.372. Het gerechtshof vernietigde deze uitspraak en verlaagde het belastbaar inkomen tot ƒ 48.205 door verliesverrekening met het negatieve inkomen van 1979.
De staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad overwoog dat verliesverrekening met inkomsten van voorgaande jaren alleen kan plaatsvinden na een beschikking van de inspecteur conform artikel 52 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het hof had ten onrechte deze materie in het geding over de aanslag beoordeeld zonder dat een dergelijke beschikking was genomen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het beroep op een negatief belastbaar inkomen over 1978 ongegrond was omdat dit het gevolg was van een administratieve vergissing en dat formeelrechtelijke termijnen voor het opleggen van aanslagen niet verhinderen dat materieelrechtelijke correcties plaatsvinden via de juiste procedure.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest, bevestigde de uitspraak van de inspecteur en bepaalde dat de inspecteur alsnog een beschikking moet nemen over de verliesverrekening van 1979. Tevens stelde de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bevestigt de uitspraak van de inspecteur, met de verplichting tot het nemen van een juiste beschikking over verliesverrekening.