ECLI:NL:HR:1995:AA1579
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1985 wegens onvoldoende motivering
Belanghebbende was in 1985 aangeslagen voor inkomstenbelasting op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 21.788,--. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 110.712,-- met een verhoging van 100%, waarvan de helft werd kwijtgescholden. Het Hof Arnhem handhaafde de navorderingsaanslag en vernietigde het kwijtscheldingsbesluit, maar verleende gedeeltelijke kwijtschelding.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht aannam dat in 1989 inkopen bij D B.V. systematisch buiten de boekhouding waren gelaten, maar dat het oordeel dat dit ook voor 1985 geldt onvoldoende is gemotiveerd. Er is geen vastgesteld bewijs dat in 1985 dezelfde medewerking aan verzwijging van inkopen bestond.
Daarom is het oordeel van het Hof dat de boekhouding van 1985 niet betrouwbaar is als grondslag voor de winstbepaling niet begrijpelijk en niet met redenen omkleed. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.