ECLI:NL:HR:1995:AA1563
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over proceskostenveroordeling na intrekking beroep inkomstenbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Inspecteur inzake een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1991. Dit beroep werd ingetrokken nadat de Inspecteur geheel aan het bezwaar tegemoet was gekomen. Vervolgens verzocht belanghebbende het Hof om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten.
Het Hof verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat het niet gelijktijdig met de intrekking van het beroep was ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat de tekst van artikel 5a lid 3 van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vóór 17 mei 1995 niet ondubbelzinnig voorschrijft dat het verzoek gelijktijdig met de intrekking moet worden gedaan.
De Hoge Raad stelde daarom dat een verzoek binnen twee weken na ontvangst van de intrekking bij de griffie kan worden beschouwd als tijdig ingediend. Belanghebbende werd ontvankelijk verklaard en de Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, en de Inspecteur tot vergoeding van de kosten voor het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart belanghebbende ontvankelijk en veroordeelt de Staatssecretaris en Inspecteur tot vergoeding van proceskosten.