ECLI:NL:HR:1995:AA1561
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over privégebruik personeelsbus en verwijst zaak terug
Belanghebbende, werkzaam in ploegendienst, gebruikte een personeelsbus van zijn werkgever voor vervoer naar en van het werk, waarbij hij tevens als chauffeur fungeerde. De auto was voorzien van bedrijfslogo en bestemd voor het vervoer van personeel, niet voor privégebruik. De Inspecteur handhaafde een aanslag inkomstenbelasting op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 56.237, maar het Hof Den Haag verminderde deze aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 46.422.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de regeling van artikel 42, lid 3, Wet op de inkomstenbelasting 1964 niet van toepassing is op het privégebruik van een personeelsbus die niet aan de werknemer persoonlijk is bestemd, ook al fungeert hij als chauffeur. Hierdoor faalt het middel van de Staatssecretaris.
Desondanks vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor nadere behandeling, met name om te bepalen welk bedrag aan privégebruik moet worden belast. Tevens werd de proceskostenveroordeling van het Hof vernietigd en terugbetaling van een griffierecht bepaald.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nadere vaststelling van het belastbaar privégebruik van de personeelsbus.