ECLI:NL:HR:1995:AA1548
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing Successiewet bij vermoedelijk overlijden binnen tien jaar na vertrek uit Nederland
Belanghebbende, erfgenaam van een erflater die Nederland metterwoon verliet en later vermoedelijk overleed, werd geconfronteerd met een aanslag successierecht over zijn verkrijging uit de nalatenschap. De kern van het geschil betrof de vraag of het overlijden van de erflater moest worden vastgesteld op de datum van de beschikking van vermoedelijk overlijden of op de datum van de verklaring van overlijden, wat bepalend is voor de toepassing van het tienjaarsvereiste in de Successiewet 1956.
Het Hof had geoordeeld dat het overlijden moest worden aangenomen op de datum van de beschikking, waardoor de aanslag terecht was opgelegd. Belanghebbende stelde dat de datum van de verklaring van vermoedelijk overlijden als overlijdensdatum moest gelden, wat zou betekenen dat het overlijden buiten de tienjaarsperiode viel en de aanslag onterecht was.
De Hoge Raad overwoog dat de civielrechtelijke regeling omtrent vermoedelijk overlijden en de Successiewet 1956, met name artikel 4 lid Pro 2, slechts een beperkte betekenis toekent aan de datum van de verklaring van vermoedelijk overlijden. Deze datum geldt primair voor waarderings- en formaliteitenkwesties, niet voor de vraag of het overlijden binnen tien jaar na vertrek uit Nederland heeft plaatsgevonden. De wetsgeschiedenis en literatuur bevestigen deze interpretatie.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het bewind over het vermogen van de erflater geen waardedrukkende invloed heeft en dat de aanslagen successierecht en recht van overgang niet in strijd zijn met het vertrouwensbeginsel. Het beroep in cassatie werd verworpen, en er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aanslag successierecht over de verkrijging van belanghebbende uit de nalatenschap.