ECLI:NL:HR:1995:AA1547
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over stamrechtvrijstelling bij stakingswinst en verwijst zaak terug
Belanghebbende en haar echtgenoot verkochten hun café en ontvingen een stakingswinst. Zij stelden een deel van de opbrengst beschikbaar voor een stamrecht-B.V. en kochten een woning. De Inspecteur stelde dat het stamrecht niet in rechtstreeks verband stond met de staking van de onderneming, waardoor geen stamrechtvrijstelling kon worden toegepast.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat belanghebbende de opbrengst van de onderneming had aangewend voor de aankoop van de woning en niet voor het stamrecht, en dat het stamrecht niet in rechtstreeks verband stond met de staking. Dit oordeel was gebaseerd op feiten zoals de onvoorwaardelijke koopovereenkomst van de woning en het ontbreken van stortingen op de stamrecht-B.V.
De Hoge Raad bevestigde dat het Hof terecht oordeelde dat het stamrecht niet in rechtstreeks verband stond met de staking voor het bedrag dat voor de woning werd gebruikt. Echter, het Hof had niet onderzocht of belanghebbende voor een deel van het stamrecht wel aanspraak kon maken op de stamrechtvrijstelling. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
De Hoge Raad gaf tevens aan dat het feit dat belanghebbende de koopsom voor het stamrecht schuldig bleef, niet uitsluit dat er een rechtstreeks verband kan zijn. De zaak wordt nu nader onderzocht op dit punt. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het verband tussen stamrecht en woningkoop.