ECLI:NL:HR:1995:AA1526
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetbelastingvrijstelling voor diensten door verpleegkundigen
Belanghebbende, een ondernemer met een diploma A verpleegkundige, verrichtte thuisverpleging, stervensbegeleiding en kraamzorg voornamelijk voor particulieren. Over mei 1990 had hij omzetbelasting betaald en verzocht om teruggaaf van dit bedrag. De inspecteur wees dit af, maar het Hof vernietigde die beslissing en kende een gedeeltelijke teruggaaf toe.
De Hoge Raad stelde vast dat de vrijstelling van omzetbelasting volgens artikel 11, lid 1, letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968 alleen geldt voor diensten verricht door personen die bevoegd zijn de titel verpleegkundige te voeren, dus gediplomeerden. De Nederlandse regeling is daarmee in overeenstemming met de Zesde Richtlijn.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat ook werkzaamheden onder toezicht van een verpleegkundige vrijgesteld zouden moeten zijn, omdat die niet gelijkgesteld kunnen worden aan de werkzaamheden van een verpleegkundige zelf. Het cassatieberoep werd daarom afgewezen.
De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd op 5 april 1995 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de omzetbelastingvrijstelling geldt alleen voor diensten door gediplomeerde verpleegkundigen.