ECLI:NL:HR:1994:AA3080
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Wildeboer
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over wetsontduiking bij aandelenverkoop en past belastingaanslag aan
Belanghebbende verkocht in januari 1987 samen met zijn echtgenote de aandelen in een houdstermaatschappij die drie garage-ondernemingen beheerde aan een andere besloten vennootschap. De koopsom bedroeg ƒ 1.250.000,--, deels direct betaald en deels als achtergestelde lening. De Inspecteur had de aanslag inkomstenbelasting over 1987 vastgesteld en na bezwaar verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 1.357.940,--.
Belanghebbende ging in beroep bij het hof tegen de uitspraak van de Inspecteur, maar het hof bevestigde de aanslag. Het hof oordeelde dat de aandelenverkoop was ingegeven door belastingverijdeling en paste het leerstuk van wetsontduiking toe, waardoor een deel van het voordeel werd belast overeenkomstig het door belanghebbende behouden belang.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte aannam dat belanghebbende zijn belang in de vennootschap nagenoeg geheel had behouden, terwijl uit de stukken bleek dat zijn aandeel was verminderd van 95% naar 65,26%. Hierdoor is de toepassing van wetsontduiking niet gerechtvaardigd. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en paste de aanslag aan, waarbij het grootste deel van het belastbare inkomen werd belast volgens het lagere tarief van artikel 57, lid 4, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Daarnaast werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de proceskostenveroordeling. De Hoge Raad gelastte vergoeding van de betaalde griffierechten aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de belastingaanslag omdat het leerstuk van wetsontduiking niet van toepassing is.