ECLI:NL:HR:1994:AA3000
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing 35%-regeling bij tijdelijke uitzending werknemer binnen internationaal concern
Belanghebbende, een werknemer met de Zweedse nationaliteit, werd in 1987 tijdelijk binnen een internationaal concern naar Nederland uitgezonden. Voor het jaar 1990 werkte hij 54 van de 225 werkdagen in het buitenland. Hij maakte gebruik van de 35%-regeling, bedoeld voor buitenlandse belastingplichtigen, waarbij een deel van zijn loon werd aangemerkt als binnenlands onzuiver inkomen.
De Inspecteur verleende de 35%-aftrek slechts over het binnenlandse gedeelte van het loon, conform de berekeningsgrondslag zoals gewijzigd in de resolutie van de Staatssecretaris van Financiën. Het Hof bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de wijziging in de berekeningsgrondslag niet leidde tot een andere uitleg van de regeling.
Belanghebbende stelde dat de wijziging in de berekeningsgrondslag een andere toepassing vereiste, en dat bij meerdere uitlegmogelijkheden de meest gunstige uitleg voor de belastingplichtige moest prevaleren. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de regeling correct was toegepast, waarbij de beginselen van behoorlijk bestuur geen aanleiding geven tot een andere interpretatie.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de juiste toepassing van de 35%-regeling door het Hof.