ECLI:NL:HR:1994:AA2985
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens onjuiste toetsing exploitatieoogmerk
Belanghebbende, een besloten vennootschap, verkreeg op 18 juli 1990 een kantoorgebouw van een stichting. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat het hof oordeelde dat de vrijstelling niet van toepassing was, omdat de verkoper het pand vóór de levering had verhuurd en het oogmerk had het pand te exploiteren.
Het hof baseerde zich op het jaarverslag van de verkopende stichting uit 1988 om te concluderen dat de stichting het pand met exploitatieoogmerk had verhuurd. De Hoge Raad oordeelt echter dat voor toepassing van de vrijstellingsregeling het oogmerk van de verkoper moet worden beoordeeld op het moment van feitelijke aanvang van de verhuur, niet op basis van eerdere intenties.
Omdat het hof ten onrechte het exploitatieoogmerk op een verkeerd tijdstip heeft beoordeeld, vernietigt de Hoge Raad het hofarrest en de naheffingsaanslag. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens onjuiste beoordeling van het exploitatieoogmerk.