ECLI:NL:HR:1994:AA2978
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting over fooien taxichauffeurs
Belanghebbende exploiteert een taxibedrijf en had over de jaren 1985 tot en met 1987 geen omzetbelasting voldaan over de door haar taxichauffeurs ontvangen fooien. De Inspecteur stelde de fooien op 10% van het loon van de chauffeurs en rekende dit bedrag tot de omzet voor de naheffingsaanslag. Het Hof Arnhem bevestigde deze naheffingsaanslag inclusief de verhoging.
In cassatie stelde belanghebbende dat de fooien niet tot de heffingsmaatstaf behoren omdat zij rechtstreeks aan de chauffeurs werden betaald en niet aan de onderneming. De Hoge Raad oordeelde dat de fooien vrijwillige betalingen zijn aan de chauffeurs en niet krachtens derdenbeding of voor rekening van de onderneming worden ontvangen. Daarom behoren deze fooien niet tot de vergoeding waarover omzetbelasting moet worden geheven.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur en bepaalde dat de naheffingsaanslag verminderd moet worden tot een bedrag van f 1.215,-- aan enkelvoudige belasting zonder verhoging. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de proceskosten.
Deze uitspraak verduidelijkt de uitleg van de Wet op de omzetbelasting 1968 in samenhang met de Zesde Richtlijn en bevestigt dat fooien die rechtstreeks aan werknemers worden betaald niet tot de heffingsgrondslag van de omzetbelasting behoren.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot f 1.215,-- zonder verhoging.