ECLI:NL:HR:1994:AA2967
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over VUT-reserve vennootschapsbelasting 1988
Belanghebbende, een besloten vennootschap, vormde samen met haar dochtervennootschap een fiscale eenheid en had voor het jaar 1988 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd gekregen. De aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door het hof. De discussie betrof de dotatie aan een reserve voor toekomstige VUT-uitkeringen aan de directeur, die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vervroegd zou uittreden.
Het hof oordeelde dat een reserve voor toekomstige VUT-uitkeringen alleen kan worden gevormd indien in het belastingjaar reeds een VUT-regeling bestaat die naar verwachting wordt voortgezet, en zag geen bijzondere omstandigheden voor afwijking. De Hoge Raad oordeelde echter dat het feit dat de directeur vrijwel zeker vervroegd zal uittreden een bijzondere omstandigheid is die een afwijking rechtvaardigt.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor nader onderzoek, met name over de vraag of de voorgenomen VUT-uitkering een uitdeling van winst inhoudt. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor nader onderzoek en beslissing.