ECLI:NL:HR:1994:AA2960
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkstelling bestuurder voor niet-tijdige melding betalingsonmacht loonbelasting
De zaak betreft een bestuurder van een besloten vennootschap die aansprakelijk werd gesteld voor een naheffingsaanslag loonbelasting over het vierde kwartaal van 1988. De vennootschap had betalingsonmacht gemeld op 20 februari 1989, terwijl de melding volgens de wet uiterlijk twee weken na de afdrachtdatum had moeten plaatsvinden. De Inspecteur stelde de bestuurder aansprakelijk wegens het niet tijdig verstrekken van de vereiste gegevens.
Na afwijzing van bezwaar door de Inspecteur bevestigde het Gerechtshof Arnhem deze aansprakelijkstelling. De bestuurder stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, stellende dat de melding al op 30 januari 1989 was gedaan en dat hij mocht vertrouwen op de resolutie van de Staatssecretaris van Financiën uit 1987.
De Hoge Raad oordeelde dat de feiten geen andere conclusie toelaten dan dat de melding niet binnen de gestelde termijn was gedaan en dat de uitleg van de Algemene Termijnenwet niet van toepassing was. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de melding tijdig moest plaatsvinden binnen de afdrachtfase. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en werd het betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aansprakelijkstelling van de bestuurder voor niet-tijdige melding van betalingsonmacht loonbelasting blijft in stand.