ECLI:NL:HR:1994:AA2950
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aanslag teruggaaf voorheffingen en toetsing gelijkheidsbeginsel
De Inspecteur had voor het jaar 1986 besloten geen aanslag in de inkomstenbelasting op te leggen en geen verrekening van voorheffingen toe te passen. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Vervolgens bevestigde het Gerechtshof Leeuwarden deze beslissing in hoger beroep.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de resolutie van 25 maart 1991, die de termijn voor het indienen van een verzoek om aanslag tot teruggaaf van voorheffingen verlengt bij bedragen van 1.000 gulden of meer, in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel en de billijkheid. De Hoge Raad oordeelde dat de gevallen waarin de wettelijke termijn is nageleefd en waarin dat niet is gebeurd niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd, zodat geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel.
Ook is volgens de Hoge Raad de door de Staatssecretaris vastgestelde drempel van 1.000 gulden niet willekeurig of onredelijk. Een verdere toetsing aan deze drempel is niet aan de orde. Het beroep in cassatie wordt verworpen en er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Wel wordt het bedrag van 150 gulden terugbetaald dat belanghebbende had gestort voor de vervanging van de mondelinge uitspraak bij het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de weigering tot het opleggen van een aanslag tot teruggaaf van voorheffingen wordt bevestigd.