ECLI:NL:HR:1994:AA2939
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat een onbeperkt gebruiksrecht van software een bedrijfsmiddel is voor de inkomstenbelasting
Belanghebbende, een accountantskantoor, verkreeg in 1986 een onbeperkt gebruiksrecht op drie computerprogramma's tegen een eenmalige betaling. Dit gebruiksrecht was niet exclusief en niet overdraagbaar en moest bij contractbeëindiging worden vernietigd. Belanghebbende claimde investeringsbijdragen voor deze aanschaf, die aanvankelijk werden gehonoreerd maar later door de Inspecteur werden nagevorderd omdat volgens hem geen sprake was van een investering in bedrijfsmiddelen.
Het Gerechtshof Arnhem vernietigde de navorderingsaanslag en oordeelde dat het onbeperkte gebruiksrecht van de programmatuur een bedrijfsmiddel is in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Dit oordeel werd in cassatie niet bestreden.
De Hoge Raad bevestigde dat een niet in de tijd beperkt gebruiksrecht van software, ook al is het niet exclusief en niet overdraagbaar en moet het bij opzegging worden vernietigd, de kenmerken heeft van een bedrijfsmiddel. De voorwaarden die het gebruiksrecht beperken, zijn er vooral op gericht ongeoorloofde verspreiding te voorkomen en doen niet af aan de kwalificatie als bedrijfsmiddel. Het cassatieberoep van de Staatssecretaris werd verworpen.
De Hoge Raad stelde belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over een eventuele proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren in raadkamer op 26 oktober 1994.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het onbeperkte gebruiksrecht van software een bedrijfsmiddel is voor de inkomstenbelasting.