Uitspraak
Gerechtshof te Arnhemvan 17 november 1992 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een organisator van theatervoorstellingen, ontving van de gemeente jaarlijks subsidies die mede dienden om de toegangsprijzen laag te houden. De Inspecteur stelde dat deze subsidies betalingen waren voor prestaties en legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op.
Het Hof oordeelde dat de subsidies direct bedoeld waren om de toegangsprijzen te beïnvloeden en handhaafde de aanslag grotendeels. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overwoog dat het enkele feit dat de gemeente met subsidies de toegangsprijzen wilde beïnvloeden niet betekent dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen subsidie en toegangsprijs. De subsidies waren slechts indirect verbonden aan de exploitatieresultaten als geheel.
Daarom werd de naheffingsaanslag vernietigd en werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. De zaak benadrukt het belang van een direct verband tussen subsidie en prestatie voor omzetbelastingheffing.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting is vernietigd wegens ontbreken van rechtstreeks verband tussen subsidies en toegangsprijzen.