ECLI:NL:HR:1993:AA1498
Hoge Raad
- Cassatie
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar overdrachtsbelasting wegens overschrijding termijn
Belanghebbende had overdrachtsbelasting voldaan naar aanleiding van de verkrijging van een onroerende zaak op 16 april 1987. Hij diende een bezwaarschrift in dat op 27 juli 1987 bij de inspectie binnenkwam. De inspecteur weigerde teruggaaf, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, maar verklaarde het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de betalingstermijn op grond van een brief van het Ministerie van Financiën en een resolutie langer was, waardoor zijn bezwaar tijdig zou zijn ingediend. De Hoge Raad verwierp dit betoog omdat die brief en resolutie slechts aangaven wanneer de inspecteur zeker een naheffingsaanslag zou opleggen bij niet-tijdige betaling, en niet dat de betalingstermijn was verlengd.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens overschrijding van de termijn zoals bepaald in artikel 24 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Tevens bepaalde de Hoge Raad dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.