ECLI:NL:HR:1992:ZC5079
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Korthals Altes
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor inning verontreinigingsheffingen door gas- en waterdistributiebedrijf
Belanghebbende, een gas- en waterdistributiebedrijf, verrichtte werkzaamheden voor twee waterschappen waarbij zij verontreinigingsheffingen op haar facturen aan verbruikers "meelifte" en deze heffingen vervolgens aan de waterschappen doorbetaalde. Het hof had geoordeeld dat deze werkzaamheden vielen onder de vrijstelling van omzetbelasting voor handelingen betreffende schuldvorderingen, zoals bedoeld in artikel 11, lid 1, letter j, onder 2, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de diensten van belanghebbende niet beperkt zijn tot passieve ontvangst en administratieve verwerking, maar dat zij actief handelt om de inning van de verontreinigingsheffingen te realiseren. Dit valt onder de invordering van schuldvorderingen, die volgens de wet en de Zesde Richtlijn niet vrijgesteld is van omzetbelasting.
De Hoge Raad benadrukte dat vrijstellingen van omzetbelasting strikt moeten worden uitgelegd en dat het hof ten onrechte de invordering van schuldvorderingen te beperkt heeft geïnterpreteerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur, die geen teruggaaf van omzetbelasting toekende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat de inning van verontreinigingsheffingen niet is vrijgesteld van omzetbelasting.