ECLI:NL:HR:1992:AA2957
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstellingsregeling overdrachtsbelasting bij interne reorganisatie en discriminatieverbod EU-recht
Belanghebbende, Halliburton Services B.V., kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd wegens de verkrijging van onroerend goed in het kader van een interne reorganisatie binnen het Halliburton-concern. De Inspecteur verminderde de aanslag na bezwaar, maar het Hof bevestigde de aanslag.
De kern van het geschil betreft de toepassing van een vrijstellingsregeling in de Wet op belastingen van rechtsverkeer en het Uitvoeringsbesluit, die alleen geldt voor overdrachten binnen concerns waarvan de moedermaatschappij een Nederlandse naamloze of besloten vennootschap is. Belanghebbende betoogde dat deze beperking een verboden discriminatie naar nationaliteit inhoudt, omdat een Duitse vennootschap daardoor zwaarder wordt belast dan een Nederlandse.
De Hoge Raad oordeelde dat het nationale onderscheid niet direct naar nationaliteit is, maar dat de beperking wel in strijd kan zijn met verdragsrecht, met name het EU-Verdrag, omdat het een ongelijke behandeling inhoudt van buitenlandse rechtsvormen. Daarom verzocht de Hoge Raad het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële uitleg over de vraag of een dergelijke vrijstellingsregeling verenigbaar is met het EU-recht.
De procedure werd geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet. Dit arrest bevat een belangrijke toetsing van nationale belastingregels aan Europese verdragsregels en het discriminatieverbod binnen de interne markt.
Uitkomst: De procedure is geschorst en de Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de verenigbaarheid van de vrijstellingsregeling met het EU-recht.