Uitspraak
18 december 1992.
Hoge Raad
Beleggingsmaatschappij Reimborg B.V. verzocht de Kantonrechter te Groningen om de huurprijs van het bedrijfspand aan de Vismarkt 42 te Groningen vast te stellen op ƒ155.000 exclusief BTW per jaar. De Kantonrechter stelde de huurprijs aanvankelijk vast op ƒ99.894 per jaar, inclusief de huurprijs van een bovenwoning. Zowel Reimborg als Brouwerij Breda B.V. gingen in hoger beroep tegen deze beschikking. De Rechtbank Groningen vernietigde de eerdere beschikkingen en stelde de huurprijs vast op ƒ91.290,62 exclusief BTW per jaar.
Reimborg stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de beschikking van de Rechtbank en verwees naar het Gerechtshof Leeuwarden voor verdere behandeling. De Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank onbegrijpelijke fouten had gemaakt in de vaststelling van de oppervlakte van de eerste etage en in de berekening van de huurprijs. Breda verdedigde deze oordelen niet.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van de Rechtbank Groningen en verwees de zaak naar het Gerechtshof Leeuwarden. De kosten van het cassatiegeding worden voorlopig gereserveerd tot de einduitspraak, met een voorlopige begroting van kosten aan de zijde van Reimborg en nihil aan de zijde van Breda.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank Groningen en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Leeuwarden voor verdere behandeling.