ECLI:NL:HR:1991:1

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 1991
Publicatiedatum
20 januari 2020
Zaaknummer
14.433
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • De Groot
  • Haak
  • Boekman
  • Hermans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a ROArt. 57 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing ontruimingsvordering woonruimte

Eiseres, een B.V., vorderde ontruiming van een flatwoning en betaling van een dwangsom van verweersters die de woning na een bepaalde datum bleven gebruiken. De rechtbank wees de vordering af en het hof bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep. Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de in het middel aangevoerde klacht niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klacht geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens tot verwerping van het beroep.

Het cassatieberoep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere afwijzing van de ontruimingsvordering en de bijbehorende dwangsom.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de kosten worden aan haar opgelegd.

Uitspraak

22 november 1991
Eerste Kamer
Nr. 14.433
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: Mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
1. [verweerster 1],
2. [verweerster 2],
3. [verweerster 3],
allen wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: Mr. P.S. Kamminga.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie – verder te noemen [eiseres] – heeft bij exploot van 30 november 1983 op verkorte termijn verweersters in cassatie – verder te noemen [verweersters] – en drie anderen gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en gevorderd hen te veroordelen tot ontruiming van de flatwoning aan de [a-straat 1] te [woonplaats] op verbeurte van een dwangsom van f 200,-- per dag en hen te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van f 764,65 voor iedere maand dat zij de flatwoning na 30 november 1983 in gebruik houden. [eiseres] heeft de vordering tegen voormelde anderen vervolgens ingetrokken.
Nadat [verweersters] tegen de vorderingen verweer hadden gevoerd, heeft de Rechtbank bij vonnis van 19 december 1984 aan [eiseres] haar vorderingen ontzegd.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, waarna [verweersters] incidenteel hoge beroep hebben ingesteld.
Bij arrest van 16 november 1989 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweersters] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klacht kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op f 2.875,--, op de voet van art. 57
bRv. te voldoen aan de Griffier.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren De Groot, als voorzitter, Haak en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Hermans op
22 november 1991.