Uitspraak
Eerste Kamer
Nr. 14.012
SK
gevestigd te Gouda ,
wonende te [woonplaats] ,
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de verhuurder, R.K. Woningbouwvereniging St. Jozef, gehouden is tot het onderhoud van de tuin en het terras van de woning van de huurder, waarbij sprake was van verzakking door de bodemgesteldheid in de omgeving.
De Kantonrechter en de Rechtbank oordeelden dat het tot de onderhoudsverplichting van de verhuurder behoort om tijdig de tuin en het terras op te hogen, inclusief het leveren en verspreiden van de benodigde grond. St. Jozef voerde verweer dat dit onderhoud een onevenredige financiële last voor haar zou betekenen en dat plaatselijk gebruik de onderhoudsplicht zou kunnen wijzigen.
De Hoge Raad verwierp het beroep van St. Jozef en bevestigde dat het begrip "plaatselijk gebruik" in art. 7A:1619 lid 2 BW slechts werkzaamheden omvat die naar hun aard als geringe en dagelijkse reparaties kunnen worden aangemerkt. Verhogingswerkzaamheden vallen hier niet onder. Ook het argument dat de huurder verantwoordelijk zou zijn voor de ophoging werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de verhuurder gehouden blijft tot het onderhoud, ongeacht de financiële last of de wens van huurders om zelf invloed te hebben op de uitvoering.
De Hoge Raad veroordeelde St. Jozef tevens in de kosten van het geding in cassatie en bevestigde daarmee de eerdere vonnissen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verhuurder gehouden is tot tijdige ophoging van tuin en terras bij verzakking door bodemgesteldheid.