Uitspraak
bRv. te voldoen aan de Griffier.
9 juli 1990.
Hoge Raad
In deze zaak vorderde de gemeente Helmond in kort geding ontruiming van een terrein waarop eiseres met haar woonwagens en bedrijfswagens standplaats had ingenomen. De gemeente baseerde haar vordering op eigendomsrecht, niet op de publiekrechtelijke bevoegdheden uit de Woonwagenwet. Zowel de President van de Rechtbank als het Gerechtshof wezen de vordering toe en verwierpen het verweer van eiseres dat de gemeente niet langs privaatrechtelijke weg mocht optreden.
De Hoge Raad stelde centraal de vraag of het gebruik van het eigendomsrecht door de gemeente de regeling van de Woonwagenwet op onaanvaardbare wijze doorkruist. De Hoge Raad overwoog dat de publiekrechtelijke weg uit art. 61 Www Pro voorzien is van rechtsbescherming voor de woonwagenbewoner en dat gebruik van het eigendomsrecht zonder deze waarborgen kan leiden tot onaanvaardbare doorkruising, onder meer omdat bij eigendomsrechtelijke ontruiming geen aanwijzing hoeft te worden gegeven waarheen de woonwagen wordt overgebracht.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en het vonnis van de President, verklaarde de gemeente niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover deze op eigendomsrecht was gebaseerd, en handhaafde slechts het deel van de vordering dat betrekking had op de gehuwde zoon van eiseres. De kosten van het geding werden gecompenseerd en de gemeente werd veroordeeld in de cassatiekosten.
Deze uitspraak bevestigt dat gemeenten bij het verwijderen van woonwagens gebonden zijn aan de publiekrechtelijke procedures en bevoegdheden uit de Woonwagenwet en niet via privaatrechtelijke eigendomsrechten mogen handelen, ter bescherming van de woonwagenbewoners.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de gemeente niet-ontvankelijk in haar vordering tot ontruiming op grond van eigendomsrecht en bevestigt dat alleen de publiekrechtelijke weg uit de Woonwagenwet mag worden gevolgd.