Uitspraak
1 juli 1986. Mr. Bronkhorst is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Hoge Raad
De zaak betreft het verzoek van het Verenigd Koninkrijk tot uitlevering van een Noord-Ierse veroordeelde die in 1973 was veroordeeld wegens het veroorzaken van een ontploffing en samenzwering daartoe, en daarnaast vervolgd werd voor diverse strafbare feiten tijdens een gevangenisontsnapping in 1983.
De rechtbank Amsterdam had de uitlevering afgewezen op grond van het vermeende politieke karakter van de feiten en een strikte lezing van het Nederlands-Brits uitleveringsverdrag, waarbij zij onder meer het reciprociteitsvereiste verkeerd interpreteerde en het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing gelijkstelde aan brandstichting.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank het uitleveringsverdrag onjuist heeft toegepast. Het verdrag ziet niet op uitlevering in concreto maar op categorieën van delicten, en het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing wordt niet gelijkgesteld aan brandstichting. Tevens benadrukt de Hoge Raad dat het begrip 'strafbaar feit van staatkundig karakter' in het verdrag beperkt moet worden tot absolute politieke delicten en niet tot relatief politieke delicten.
Verder stelt de Hoge Raad dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de feiten als politieke delicten zijn aangemerkt en dat het gebruikte criterium voor politiek karakter te ruim was. Ook is onvoldoende onderzocht of de opgeëiste persoon geen minder ingrijpende middelen had om zijn politieke doelen te bereiken. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beveelt oproeping van de opgeëiste persoon ter zitting over het uitleveringsverzoek.