Uitspraak
aWet AB derhalve de vraag aan de orde of de Rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld dat het Tribunaal zich terecht heeft beroepen op een in het volkenrecht erkende uitzondering welke die rechtsmacht te dezen beperkt.
20 december 1985.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen eiser en het Iran-United States Claims Tribunal, een internationale organisatie gevestigd te 's-Gravenhage. Eiser stelde dat hij in 1981 een mondelinge arbeidsovereenkomst met het Tribunaal had gesloten en dat zijn ontslag op staande voet in 1982 nietig was. Hij vorderde doorbetaling van loon totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zou eindigen.
De Kantonrechter verklaarde zich bevoegd, maar de Rechtbank vernietigde dit en oordeelde dat het Tribunaal immuniteit van jurisdictie geniet, waardoor de Nederlandse rechter onbevoegd is. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat internationale organisaties, zoals het Tribunaal, op grond van ongeschreven volkenrecht immuniteit van jurisdictie genieten binnen het gastland, met uitzondering van bepaalde gevallen.
Het Tribunaal vervult essentiële taken en eiser behoorde tot medewerkers die een essentiële rol spelen. Hoewel eiser het schriftelijke contract met een arbitrageclausule niet ondertekende, doet dit niet af aan de immuniteit van het Tribunaal. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het Iran-United States Claims Tribunal immuniteit van jurisdictie geniet, waardoor de Nederlandse rechter onbevoegd is in het arbeidsgeschil.