ECLI:NL:HR:1981:AG4160
Hoge Raad
- Cassatie
- Dubbink
- Drion
- Snijders
- Haardt
- Royer
- Rechtspraak.nl
Beperking gebruik erfdienstbaarheid van weg tot heersend erf
In deze zaak stond centraal de vraag of een erfdienstbaarheid van weg ook het recht omvat om het dienend erf te gebruiken als verbinding via het heersend erf met aan dat erf grenzende andere percelen van dezelfde eigenaar. De Rechtbank en het Hof hadden geoordeeld dat het gebruik beperkt was tot het heersend erf en dat gebruik voor andere percelen een verboden verzwaring van de erfdienstbaarheid opleverde.
De Hoge Raad heeft het beroep van eiseres verworpen en bevestigd dat, tenzij uit de akte van vestiging of de functie van het heersend erf anders blijkt, de erfdienstbaarheid niet strekt tot gebruik voor andere percelen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen rechtsregel had geschonden door deze beperking aan te nemen.
De feiten betroffen een erfdienstbaarheid uit 1903 ten behoeve van een perceel en het gebruik van de weg voor andere aan eiseres toebehorende percelen, waaronder een woonhuis en een paardenmanege. Verweerder vreesde dat het gebruik zou worden uitgebreid, wat door de Hoge Raad niet werd toegestaan.
De Hoge Raad benadrukte dat het gebruik van de erfdienstbaarheid mede afhankelijk is van de inhoud van de titel en dat het enkele feit dat andere percelen mede eigendom zijn van de gerechtigde niet automatisch een uitbreiding van het recht inhoudt.
De uitspraak bevestigt de beperking van het recht tot het heersend erf en wijst het beroep van eiseres af, met veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt verworpen en het gebruik van de erfdienstbaarheid wordt beperkt tot het heersend erf.