Uitspraak
’s-Gravenhagevan 26 februari 1979 betreffende de hierna te noemen aan
[X]cum suis te
[Z]voor het jaar 1975 opgelegde aanslagen in de onroerend-goedbelastingen van die gemeente;
Heffingsgrondslag.
Het betreft hier het gebouwencomplex van een melkveebedrijf sinds het jaar 1947 uitgeoefend met behulp van een oppervlakte land groot ongeveer 23 ha.. Het veebestand is ongeveer 25 melkkoeien en ongeveer 15 stuks jongvee. Gebouwen en grond zijn eigendom van de erven [A] , waarvan [X] er één is. Laatstgenoemde is pachter van het bedrijf. De aanslag wegens feitelijk gebruik had in verband hiermede niet moeten zijn gesteld ten name van [X] cum suis, doch op naam van deze alleen. Partijen zijn van mening, dat dit niet tot nietigheid van de aanslag wegens feitelijk gebruik behoeft te leiden. Het gerechtshof verenigt zich met deze zienswijze, nu voor deze aanslag de bijvoeging “c.s.” als zonder betekenis moet worden aangemerkt, zodat die aanslag kan worden geacht alleen [X] te betreffen. Belast voor de onroerend-goedbelasting is alleen de boerenwoning met bedrijfsgebouwen, tuin en erf. De partijen zijn het erover eens, dat dit complex voor de onroerend-goedbelasting moet worden beschouwd als één onroerend goed.
Overwegende dat het Hof omtrent het geschil heeft overwogen: