ECLI:NL:HR:1978:AC6325
Hoge Raad
- Cassatie
- Dubbink
- Minkenhof
- Drion
- Snijders
- Köster
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over optiebeding bij onderverhuur en berekening koopprijs
In deze zaak vorderde eiser tot cassatie de eigendom van een winkelwoonhuis te verkrijgen op grond van een optiebeding in de huurovereenkomst tussen verhuurder en hoofdhuurder (Wibra). Eiser was onderhuurder van Wibra en stelde dat hij het optierecht uit het contract tussen verhuurder en Wibra kon uitoefenen. De rechtbank wees de primaire vordering af, maar gaf gedeeltelijk gehoor aan de subsidiaire vordering. Het hof bekrachtigde het vonnis voor de primaire vordering en wees de subsidiaire vordering af.
De Hoge Raad oordeelde dat eiser geen optierecht tegenover verhuurder had, omdat tussen verhuurder en eiser geen rechtsband was ontstaan door de onderhuur, ook al was de schriftelijke toestemming voor onderverhuur verleend. Het hof had terecht geoordeeld dat het optierecht alleen tussen verhuurder en hoofdhuurder gold. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat verhuurder het optierecht jegens eiser toch moest respecteren op grond van redelijkheid en vertrouwen.
Verder werd geoordeeld dat de koopprijsberekening volgens het contract tussen verhuurder en hoofdhuurder moest plaatsvinden, waarbij het indexcijfer van regelingslonen van alle werknemerscategorieën leidend was. Het aanbod van verhuurder was niet aanvaard door eiser, waardoor geen koopovereenkomst tot stand kwam. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten.