ECLI:NL:HR:1977:AC4085
Hoge Raad
- Cassatie
- Dubbink
- Drion
- Snijders
- Köster
- Haardt
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep inzake litis decisoire eed in civiele procedure
In deze civiele zaak heeft de kantonrechter te Tilburg een litis decisoire eed opgelegd aan eiser, waarbij hij moest zweren dat hij geen opdrachten tot uitvoering van bepaalde werkzaamheden had gegeven en dat deze werkzaamheden ook niet waren uitgevoerd. Eiser maakte bezwaar tegen de eedsformule, met name tegen het deel waarin hij moest zweren over werkzaamheden waarvan hij geen persoonlijke kennis had.
De Hoge Raad overwoog dat het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk is omdat het beroep zich richt tegen een vonnis van de kantonrechter dat onder artikel 100 Wet Pro op de rechterlijke organisatie valt. Daarnaast ontbrak het aan voldoende motivering van de kantonrechter omtrent de afwijking van de rechtsregels over de eedsformule.
De Hoge Raad bevestigde dat het opleggen van een litis decisoire eed een eindbeslissing is waartegen niet meer kan worden teruggekomen, waardoor eiser in een ongunstige positie werd gebracht. De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van de cassatieprocedure en handhaafde het vonnis van de kantonrechter.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens schending artikel 100 Wet RO en onvoldoende motivering van de kantonrechter.