Uitspraak
En voorts verzorging bij ziekte van de heer en mevrouw [betrokkene 3] of bij overlijden van één van hen, de langstlevende.
Hoge Raad
De zaak betreft een huurovereenkomst waarbij de huurders zich verplichtten de verhuurders te verzorgen, wat als volledige huurbetaling gold. De verhuurster vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens wanprestatie, omdat de huurders onvoldoende verzorging boden.
De kantonrechter verklaarde zich aanvankelijk onbevoegd, waarna de rechtbank de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het pand uitsprak. De huurders stelden cassatie in tegen deze uitspraken, onder meer betwistend dat de verzorgingsovereenkomst als volledige huurbetaling kon gelden en dat het bewijs daarvoor onvoldoende was.
De Hoge Raad oordeelde dat de overeenkomst één huurovereenkomst met een bijzondere betalingswijze betrof, en dat de rechtbank terecht uit de getuigenverklaringen vermoedens mocht putten over de juistheid van de mededelingen van de overleden echtgenoot van de verhuurster. Het cassatieberoep werd verworpen en de ontbinding en ontruiming bevestigd.
Uitkomst: De huurovereenkomst werd ontbonden wegens wanprestatie door onvoldoende verzorging, met veroordeling tot ontruiming van het pand.