ECLI:NL:HR:1965:AC4535
Hoge Raad
- Cassatie
- de Jong
- Houwing
- Hülsmann
- Petit
- Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis over lasterlijke uitlatingen en verwijst zaak terug
De zaak betreft een civiele procedure waarin verweerster eiser aansprak wegens lasterlijke en beledigende uitlatingen die eiser tegenover derden heeft gedaan. Eiser zou onder meer hebben gezegd dat verweerster met mannen naar bed ging, betrokken was bij handel in verdovende middelen en leidster of bewaakster in een concentratiekamp was geweest.
De rechtbank en het hof oordeelden dat deze uitlatingen een aanranding van de eer en goede naam van verweerster vormden, met het oogmerk om te beledigen en met de bedoeling om daaraan ruchtbaarheid te geven. Eiser werd veroordeeld tot schadevergoeding en het openbaar maken van het vonnis.
In cassatie stelde eiser dat het oogmerk om te beledigen ontbrak en dat de uitlatingen vertrouwelijk waren gedaan met het doel een huwelijk te voorkomen. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank het begrip 'oogmerk om te beledigen' onjuist had toegepast en dat het begrip 'ruchtbaarheid geven' niet mag worden beperkt tot het doorgeven aan een enkele derde met een specifiek doel. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelde verweerster in de kosten van het cassatieberoep. De uitspraak benadrukt de juiste interpretatie van de begrippen laster, belediging en het oogmerk om daaraan ruchtbaarheid te geven binnen het civiele recht.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem.