ECLI:NL:HR:1963:AB3973
Hoge Raad
- Cassatie
- Smits
- Wiarda
- Houwing
- Hülsmann
- Petit
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding bij aanleg watertransportbuis op onroerend goed
De zaak betreft een geschil over schadevergoeding tussen een eigenaar van een boerderij en de Watertransportmaatschappij Rijn-Kennemerland (W.R.K.) vanwege de aanleg van een watertransportbuis op het onroerend goed van de eigenaar.
De eigenaar stelde dat de aanwezigheid van de buis de waarde van haar grond blijvend vermindert door beperkingen in exploitatiemogelijkheden en verkoopbaarheid, en vorderde een schadevergoeding van 15.000 gulden. De Kantonrechter en de Rechtbank wezen de vordering af omdat geen concrete schade of kapitaalschade was vastgesteld, mede omdat de pachter reeds schadeloos was gesteld en de pachtsom ongewijzigd bleef.
De Hoge Raad oordeelde dat de verplichting tot gedogen van de buis niet automatisch leidt tot vergoeding van waardevermindering zonder bewijs van daadwerkelijke schade. Ook mocht rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat het gebruik van de buis tijdelijk is. De stelselmatige verschillen tussen de Belemmeringenwet Privaatrecht en de Onteigeningswet werden toegelicht. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde het vonnis dat geen schadevergoeding toekent zolang geen concrete schade is aangetoond.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat zonder concrete schade geen schadevergoeding wordt toegekend voor de aanleg en aanwezigheid van de watertransportbuis.