Uitspraak
f. 2.903.35, doch geen baten vermeldt welke als resultaat van besparingen zijn te herkennen, zodat de inhoud dier memorie geen aanleiding geeft tot de verwachting dat [de echtgenoot] indien hij in leven was gebleven zou hebben gespaard;
f. 190,-- per jaar;
f. 1600,-- als door haar ten huwelijk aangebracht en met een bedrag van f. 961,29 wegens de helft der vermogensvermeerdering staande huwelijk;
f. 190,-- per jaar, welke de Rechtbank buiten beschouwing heeft gelaten, een en ander tezamen te stellen op
f. 250,-- per jaar, haar behoeftigheid verminderen en hiermede rekening behoort te worden gehouden bij de bepaling van het door [eiser] te verstrekken onderhoud en wel door vermindering met
f. 250,-- telkens van het bedrag overeenkomstig de 19e alinea van het vonnis waarvan beroep te vinden door vermeerdering van 60% van het belastingvrij-inkomen van [de echtgenoot] met een zodanige som dat [verweerster] na aftrek der inkomstenbelasting, welke zij volgens het tarief voor 1957 verschuldigd is over het na gemelde vermeerdering verkregen bedrag, de evenbedoelde 60% overhoudt;
f. 1.852,--;
f.4.715,86 bedraagt, van welke som ook [eiser] bij memorie van antwoord in het incidenteel appèl uitgaat, zodat dit bedrag dient te vervangen de in de 23ste alinea ‘’In Rechte" van het vonnis waarvan beroep voorkomende post van
f. 5.099,20;