ECLI:NL:HR:1959:174
Hoge Raad
- Cassatie
- Smits
- Boltjes
- van der Loos
- Tekenbroek
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Verjaring en aansprakelijkheid bij vermogensaanwasbelasting voor begiftigde bij schenking
In deze zaak stond centraal de vraag of de aansprakelijkheid van een begiftigde bij schenking voor een aan de schenker opgelegde voorlopige aanslag in de vermogensaanwasbelasting zelfstandig kan verjaren, los van de verjaring van de aanslag tegen de schenker zelf.
De eiser, begiftigde bij schenking, werd aansprakelijk gesteld voor een openstaand bedrag van een voorlopige aanslag die aan wijlen de schenker was opgelegd. Hij voerde verjaring aan omdat meer dan drie jaar waren verstreken sinds de aanslag aan de schenker was opgelegd zonder dat tegen hem tot invordering was overgegaan. De rechtbank stelde hem in het gelijk, maar het hof vernietigde dit en verklaarde hem kwaad-opposant tegen het dwangbevel.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de aansprakelijkheid van de begiftigde een accessoire verbintenis is, afhankelijk van de aanslag tegen de schenker. De verjaring van de aanspraak tegen de begiftigde kan niet los worden gezien van de verjaring van de aanspraak tegen de schenker. Het beroep op verjaring van de begiftigde faalt daarom.
De uitspraak verduidelijkt de samenhang tussen de aanspraken tegen schenker en begiftigde in de vermogensaanwasbelasting en bevestigt dat de wetgever niet beoogt dat de begiftigde een zelfstandige verjaringstermijn heeft.
Uitkomst: Het beroep op verjaring van de begiftigde faalt; de aansprakelijkheid is afhankelijk van de aanspraak tegen de schenker.