Uitspraak
Procureur-Generaal bij den Hogen Raad der Nederlanden, requirant van cassatie ‘’in het belang der Wet’’ tegen een vonnis van de Arrondissements-Rechtbank te ’
s-Gravenhagevan 24 September 1957, waarbij
[gerequireerde], geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1903, van beroep secretaris-penningmeester van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, wonende te
[woonplaats], is vrijgesproken van het hem telastgelegde;
opengestelde gelegenheid als hazardspel in de zin van artikel 254bis, lid 3, van het Wetboek van Strafrecht moet worden beschouwd; deze stelling houdt in, dat in casu van ‘’loterij’’ geen sprake is, immers het slot van artikel 254 bis Pro, lid 3, van het Wetboek van Strafrecht sluit dit uit.
alleweddenschappen’’ zo houdt dit begrip mogelijk in een weddenschap tussen bepaalde personen en tegen een bepaalde tevoren vastgestelde prijs, waarvan in casu moeilijk kan worden gesproken; daar staat weer tegenover dat een andere opvatting van ‘’wedden’’ blijkbaar wordt gehuldigd door de wetgever in artikel 1 sub Pro 2e der Totalisatorwet, (Sch. En J. no. 69, blz. 211) waar van wedden en van verdeling van het totaal der inzetten onder de winnaars wordt gesproken.
verschaffenvan gelegenheid tot mededinging naar prijzen, aan een groep van personen, die uit hoofde harer beperktheid en in verband met de bijzondere betrekkingen, bestaande tussen hen, die de groep vormen, naar spraakgebruik als een besloten kring kan worden aangemerkt, en dat derhalve het
openstellenener zodanige gelegenheid in casu niet zou hebben plaats gehad; dat immers de groep der personen, die tot deelneming konden worden toegelaten, op zijn minst 270.000 leden telt, tussen welke geen andere betrekking bestaat dan dat zij lid zijn van een voetbalbond, waarvan practisch iedere mannelijke Nederlander boven 18 jaar lid kan worden; dat een groep van 270.000 personen, door een zo losse band verbonden, naar het oordeel der Rechtbank, naar spraakgebruik niet beschouwd mag worden als een besloten kring, waarbij nog komt dat die groep voor vrijwel onbeperkte uitbreiding vatbaar is nu, gelijk gezegd, practisch iedere mannelijke Nederlander boven 18 jaar zich daarbij kan voegen, terwijl bovendien nog is komen vast te staan dat niet alleen leden van vorenbedoelde groep, doch ook niet-leden zonder bezwaar naar de uitgeloofde prijzen konden mededingen;