ECLI:NL:HR:1956:176
Hoge Raad
- Cassatie
- D. Donner
- van der Meulen
- Hijink
- Smits
- Boltjes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling basisloon en bijslag volgens loonregeling bioscoopbedrijf
In deze zaak vordert een portier bij de bioscooponderneming Asta Theater betaling van een bijslag over het basisloon, gebaseerd op de Regeling van lonen en andere arbeidsvoorwaarden in het bioscoopbedrijf. De werknemer stelt dat hem een bijslag toekomt over een basisloon van f 26, terwijl de werkgever betwist dat dit bedrag als basisloon geldt volgens de loonregeling.
De kantonrechter verklaart de vordering niet-ontvankelijk, stellende dat het basisloon volgens artikel 7 van Pro de regeling tussen f 10 en f 15 moet liggen, en dat het hogere bedrag van f 26 niet als basisloon kan gelden. Het hof vernietigt dit vonnis en wijst de vordering alsnog toe, oordelend dat het bedrag van f 26 als basisloon moet worden beschouwd.
De Hoge Raad overweegt dat artikel 7 van Pro de loonregeling bepaalt dat het basisloon het verschil is tussen garantieloon en verval, met een minimum van f 10 en een maximum van f 15 (later f 18,84). Het hogere bedrag van f 26 is in strijd met deze regeling en mag niet als basisloon gelden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofvonnis en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, waarbij het maximum basisloon geldt en de bijslag daarop moet worden berekend.
De Hoge Raad veroordeelt de werknemer in de kosten van het hoger beroep en cassatie. De uitspraak bevestigt de bindende werking van de loonregeling en de maximale basisloonbedragen voor portiers in het bioscoopbedrijf.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter waarbij het maximum basisloon van f 15 (later f 18,84) geldt en het hogere bedrag van f 26 niet als basisloon kan worden beschouwd.