Uitspraak
[requirant], opperman, geboren [geboortedatum] 1912 te
[geboorteplaats]wonende te
[woonplaats], requirant van cassatie tegen een mondeling vonnis van den Economischen rechter bij de Arrondissements-Rechtbank te
Leeuwardenvan den twintigsten November 1942, waarbij requirant ter zake van "medeplichtigheid aan het opzettelijk in strijd handelen met een voorschrift, gesteld bij een op grond van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941 uitgevaardigde verordening, met uitzondering van de verordeningen, als bedoeld in artikel 7 lid 2 onder Pro 4, tweemaal gepleegd, " met aanhaling van de artikelen 53, 93 Vee- en Vleeschverordening 1942, I - VI Besluit van den Secretaris-Generaal Departement Landbouw en Visscherij van 17 October 1942 no 32058, 1, 2, 6, 7, 28 Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941,1, 7, 15 Economisch Sanctiebesluit 1941, 23, 48, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, is veroordeeld tot eene geldboete van eenhonderd gulden subsidiair tien dagen hechtenis ;
Holsteijn, namens den Procureur-Generaal, in zijne conclusie, strekende tot vernietiging van het vonnis alleen voor wat betreft de aan het bewezenverklaarde gegeven qualificatie; tot qualificatie van het bewezenverklaarde als "medeplichtigheid aan het opzettelijk in strijd handelen met een bij of krachtens het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941 gesteld verbod tot het slachten van rundvee, tweemaal gepleegd"; en tot verwerping van het beroep voor het overige ;