ECLI:NL:HR:1923:289
Hoge Raad
- Cassatie
- Jhr. de Savornin Lohman
- Segers
- Savelberg
- van den Dries
- Schepel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over afschrijving waardeloze bezittingen en aftrek bedrijfskosten in oorlogswinstbelasting 1917
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep van de Minister van Financiën tegen een uitspraak van de Raad van Beroep voor de directe belastingen te 's-Gravenhage over de aanslag oorlogswinstbelasting 1917 opgelegd aan de Naamlooze Vennootschap De Bataafsche Petroleum Maatschappij.
Belanghebbende was aangeslagen over een winst van f.41.123.362, maar stelde dat afschrijving op Russische bezittingen, die door nationalisatie waardeloos waren geworden, en een bedrag betaald aan de Shell Transport & Trading Company als bedrijfskosten in mindering mochten worden gebracht. De Raad van Beroep oordeelde dat de afschrijving op de aandelen niet terecht was, maar wel op de vorderingen, en dat de betaling aan de Shell bedrijfskosten vormde.
De Hoge Raad oordeelde dat de afschrijving op de aandelen niet gegrond was omdat het waardeverlies door politieke oorzaken buiten het bedrijf lag, terwijl de afschrijving op de vorderingen nader onderzocht moet worden. Tevens werd geoordeeld dat de betaling aan de Shell geen bedrijfskosten zijn maar een winstuitkering, zodat deze niet in mindering mag worden gebracht.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar de Raad van Beroep voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het arrest van de Raad van Beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.