Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2022, dossierpagina’s 37-38, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Het schriftelijk bescheid, te weten het meldingsformulier consultatiebijstand d.d. 22 april 2020, los opgenomen onder registratienummer PL1500-2019343673-81 (bijlage 2), voor zover inhoudende:
Het schriftelijk bescheid, te weten het meldingsformulier inverzekeringstelling d.d. 22 april 2020, dossierpagina 34, voor zover inhoudende:
Het schriftelijk bescheid, te weten de afspraakjournaalmutatie onderzoek [onderzoeksnaam 2] d.d. 21 april 2020, los opgenomen als bijlage van het d.d. 29 augustus 2024 door [officier van justitie] , officier van justitie arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant opgemaakte proces-verbaal, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal relaas van onderzoek d.d. 28 november 2022, dossierpagina 4, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
- dat aan het begin van het verhoor mr. [verdachte] aangeeft dat zijn telefoon op mute staat omdat zijn ervaring is dat als er een kantoorgenoot door de kamer loopt de verhoorders dit zullen horen;
- dat mr. [verdachte] aangeeft of cliënt wat harder kan praten omdat het getik (toetsenbord) zijn stem overstemd.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] d.d. 22 april 2020, dossierpagina’s 22-32, voor zover inhoudende het relaas en de vragen gesteld door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 2] :
PGP-toestel
(het hof begrijpt: O):We hebben vastgesteld dat jij een bezoek hebt gebracht aan een bedrijf in [bedrijf 1] Dat is een bedrijf dat goederen verkoopt voor verpakkingen. (…) Welke goederen heb je daar gekocht?
(opmerking hof: ook de laatste drie tapgesprekken waren steeds met de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 1] ).
(het hof begrijpt: O): twee dagen later heb je op 11 april 2020 wederom telefonisch contact met [naam 6] .
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2022, dossierpagina’s 16-21, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Gesprek ‘ [account 1] ’ en ‘ [account 2] ’
(opmerking hof: 2020)bij een advocaat is.
Gesprek ‘ [account 1] ’ en ‘ [account 3] ’
13:00:42
13:15:45
13:15:57
13:16:00
13:16:11
13:16:22
13:16:27
13:16:34
13:16:40
13:16:45
13:16:59
13:17:02
13:17:07
13:17:15
13:17:23
13:17:40
13:17:46
13:17:53
13:19:18
13:19:23
13:19:27
Gesprek ‘ [account 1] ’ en ‘ [account 4] ’
Mastgegevens
Resumé
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 augustus 2020, los opgenomen onder documentcode LERDB20001-3205, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 6] :
Onderzoek nicknames
Analyse chats ‘ [account 1] ’
- [account 1] maakt gebruik van een telefoon met IMEI nummer [IMEI-nummer] ;
- [account 1] wordt op [datum 2] gefeliciteerd met zijn verjaardag;
- [account 1] heeft een vriendin die af en toe ‘pap’ (geld) voor hem vervoert in een [auto 1] en vanuit [plaats 8] vertrekt;
- [account 1] spreekt met regelmaat af in [plaats 9] .
Onderzoek politiesystemen
- als bijnaam ‘ [bijnaam 3] ’ heeft;
- in het recente verleden meermaals is gecontroleerd in een voertuig van het merk [auto 2] , kenteken [kenteken 1] ;
- meermaals is aangehouden in verband met overtreding van de Opiumwet;
- staat ingeschreven op adres [adres 7] te [plaats 8] ;
- in het verleden woonachtig was in [plaats 9] .
Identificatie ‘ [account 1] ’
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juli 2023, los opgenomen onder documentcode 2307290925.AMB, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
22.april 2020
De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting bij de rechtbank d.d. 3 september 2024, voor zover inhoudende:
De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 18 maart 2026, voor zover inhoudende:
[account 1], te laten meeluisteren met het verhoor van zijn cliënt [betrokkene 2] die op dat moment in beperkingen zat. Daarbij verwijst de advocaat-generaal in het bijzonder naar de Enrochatberichten die door
[account 1]zijn gestuurd, waaronder ‘verhoor is nog bezig ben nu luisteren’ en ‘heb erbij gezeten bij verhoor’. Ook stemt de chronologische volgorde van de mededelingen die worden gedaan in de Encrochatberichtgeving grotendeels overeen met de informatie die door de politieagenten aan [betrokkene 2] in diens verhoor is voorgehouden.
[account 1]gestuurd op een moment dat het feitelijke verhoor van [betrokkene 2] al was afgerond (15.04 uur). Het is immers waarschijnlijk dat de telefoon van
[account 1]twee uur te vroeg staat en dat hij de informatie doorgeeft tussen 15.16 en 15.18 uur
(hof: in plaats van in de PGP-telefoon aangegeven tijden tussen 13.16-13.18 uur). Dit past ook veel beter bij het feit dat de informatie in die berichten soms niet strookt met de volgorde waarin die informatie werd besproken in het verhoor. Daarnaast ontkent getuige [betrokkene 1] – mocht hij al de gebruiker van het account
[account 1]zijn – uitdrukkelijk (met toestemming van de verdachte) te hebben meegeluisterd. In de chatberichten spreekt hij ook van ‘luisteren’ en niet van ‘meeluisteren’. Voorts ontkent de verdachte stellig dat hij van iemand geld zou hebben gekregen voor het delen van informatie uit het verhoor van [betrokkene 2] .
[account 1]pas na het aan
[account 3]doorgeven van de informatie om 15.19.23/27 uur spreekt over de beperkingen. De vraag van de verdachte aan de verhoorders of er ook mediabeperkingen golden, zou boekdelen spreken in dit kader. Door in strijd te handelen met de opgelegde beperkingen zat de verdachte weliswaar tuchtrechtelijk fout, maar wegens het ontbreken van opzet strafrechtelijk niet. Bovendien bevat artikel 62, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering geen wettelijke plicht tot geheimhouding voor de advocaat. Ook de Advocatenwet en het beroep van advocaat kennen geen absolute verplichting tot geheimhouding. Samenvattend roepen artikel 62, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, de artikelen uit de Advocatenwet en de gedragsregels en het zijn van advocaat gedragsrechtelijke verplichtingen in het leven, die tuchtrechtelijk – en niet strafrechtelijk – kunnen worden gesanctioneerd, aldus de raadsman.
mediabeperkingen niet mogelijk is.
[account 1]. De verdachte heeft zich niet uitgelaten over de identiteit van
[account 1]en heeft ontkend dat hij hem heeft laten meeluisteren met het verhoor. De verdachte heeft niet willen zeggen op welke manier hij de informatie heeft gedeeld met
[account 1].
[account 1]onder meer op basis van zendmastgegevens en chatberichten heeft geïdentificeerd als [betrokkene 1] . Het hof ziet geen aanleiding om aan die identificatie te twijfelen.
[account 3]niet gedurende het verhoor heeft meegetypt maar pas rond of na het einde van het verhoor van [betrokkene 2] . Dit volgt niet alleen uit het feit dat de volgorde van de doorgestuurde informatie soms verschilt van de volgorde waarop deze informatie in het verhoor van [betrokkene 2] aan bod is gekomen, maar met name ook uit het feit dat de informatie in twee minuten is gedeeld, terwijl het verhoor waarin deze informatie door de verbalisanten met [betrokkene 2] werd besproken, veel langer heeft geduurd. Die omstandigheid kan naar het oordeel van het hof de beperkte verschillen in de chronologische volgorde tussen de Encrochatberichten en de informatie die door de politie is gedeeld in het verhoor van [betrokkene 2] eenvoudig verklaren. Een en ander doet daarmee geen afbreuk aan de conclusie van het hof dat [betrokkene 1] heeft meegeluisterd met het politieverhoor. Dat [betrokkene 1] zulks als getuige heeft ontkend, doet hieraan niet af. Dat dit zonder toestemming van de verdachte zou zijn gebeurd, zoals de raadsman opwerpt, is ongeloofwaardig en strijdig met de bewijsmiddelen.
(hof: gedempt)stond en de vraag of zijn cliënt [betrokkene 2] wat harder kon praten, de overtuiging van het hof dat de verdachte een derde tijdens het verhoor van [betrokkene 2] heeft laten meeluisteren.
opzettelijke schending van een beroepsgeheim.
first offenderis. Daarnaast heeft de raadsman naar voren gebracht dat de verdachte al een zware tuchtrechtelijke sanctie heeft gekregen van de Raad van Discipline, dat de verdachte altijd heeft getracht open kaart te spelen en dat er sprake is van enig tijdsverloop. De oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of een hoge taakstraf zou de verdachte disproportioneel straffen waardoor hij wederom een periode niet kan werken en geen inkomen heeft, aldus de raadsman.
[account 1]) met
[account 3]had, blijkt dat het verhoor van [betrokkene 2] hen onder meer duidelijk maakte waar doorzoekingen hebben plaatsgevonden, hoeveel geld er in beslag is genomen, dat de politie nog iemand ‘onder de korrel’ heeft en dat die, aldus [betrokkene 1] , moet worden ingeseind omdat daar nog ketels staan. Door [betrokkene 1] te laten meeluisteren met het verhoor van [betrokkene 2] heeft de verdachte dan ook op zijn minst een faciliterende rol gespeeld bij het in stand houden van de georganiseerde drugscriminaliteit. Mogelijk is daarbij het onderzoek van politie en justitie gefrustreerd.
onvergeeflijkefout gemaakt door op deze wijze als doorgeefluik te functioneren. Het hof is van oordeel dat dergelijke misstappen in beginsel moeten leiden tot einde beroepsuitoefening, tenzij er verantwoordelijkheid wordt genomen en sprake is van bijzondere omstandigheden die kunnen disculperen. Dit laatste is in dit onderhavige geval niet aan de orde. Nu de Raad van Discipline in weerwil van de door de Deken voorgestelde wijze van afdoening niet is overgegaan tot de maatregel van schrapping, heeft het hof derhalve onderzocht of aan de verdachte in de onderhavige strafzaak oplegging van de maatregel van ontzetting van het beroep van advocaat mogelijk is. Nu de wet echter bij een delict als het onderhavige niet de mogelijkheid biedt de verdachte uit het beroep van advocaat te ontzetten, zal het hof hiertoe niet (kunnen) overgaan.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.