Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:887

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
20-001385-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep mishandeling kind met toekenning taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor mishandeling van zijn zoon. De mishandeling bestond uit slaan, krabben en het tijdelijk dichtknijpen van de keel van het kind. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zijn zoon had mishandeld, mede op basis van het verhaal van het slachtoffer, medische rapportages en forensisch onderzoek.

De verdediging voerde vrijspraak aan, maar dit werd verworpen omdat het hof de alternatieve verklaring van het letsel door voetbal niet aannemelijk vond. Het letsel werd door een forensisch arts als toegebracht beoordeeld. Ook de verklaring van de verdachte over de aard van de correctie werd niet geloofwaardig geacht.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de kwetsbare positie van het slachtoffer in de huiselijke omgeving en het justitiële verleden van de verdachte. Hoewel het verleden niet strafverzwarend werd meegewogen, wees het op een patroon van huiselijk geweld. De verdachte kreeg een taakstraf van 40 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar opgelegd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar wegens mishandeling van zijn zoon.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001385-25
Uitspraak : 31 maart 2026
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 27 mei 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-373695-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1975,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind’, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met aanvulling van de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en zal in zoverre opnieuw rechtdoen.
Bovendien zullen de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen worden verbeterd en aangevuld. Ter bevordering van de leesbaarheid worden deze vervangen door hetgeen hierna vermeld.
Bewijsoverwegingen
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zijn zoon heeft mishandeld. De politie heeft beschreven dat de zoon van de verdachte zich heeft gemeld bij het politiebureau en dat hij heeft verteld wat hem kort daarvoor is overkomen. Steun voor wat de zoon heeft verklaard volgt naar het oordeel van het hof uit het forensisch onderzoek dat daarop volgde. In dat kader is door de forensisch arts geconcludeerd dat het letsel meer past bij letsel van toegebrachte aard dan bij letsel van accidentele aard. Het hof is mede gelet op deze medische bevinding van oordeel dat de door de verdachte geopperde alternatieve mogelijkheid, namelijk dat het letsel vanwege voetbal is ontstaan, niet aannemelijk is geworden. Verder betrekt het hof hierbij dat vader tegen Veilig Thuis heeft gezegd dat hij zijn zoon heeft gecorrigeerd. Dat de verdachte in zijn verhoor bij de politie heeft verklaard dat de correctie enkel zag op het laten zien hoe je je bed opmaakt, acht het hof in het licht van het vorenstaande niet geloofwaardig.
Hetgeen de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht, leidt het hof niet tot een ander oordeel. Mitsdien wordt het tot vrijspraak strekkende verweer verworpen.
Bewijsmiddelen
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Zeeland-West- Brabant, Districtsrecherche De Baronie , registratienummer PL2000-2024241260, gesloten d.d. 15 november 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 27). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 september 2024 (p. 5-7), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

Op 18 september 2024, omstreeks 19.40 uur, werd ik op de [straatnaam] , ter hoogte van het politiebureau , aangesproken door een jong manspersoon. Later bleek dit [slachtoffer] te zijn. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat hij een conflict had met zijn vader en zou zijn mishandeld. Ik vroeg aan [slachtoffer] wat er was gebeurd. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat hij bij zijn vader in de woning zou wonen. Deze middag, op 18 september 2024, toen hij thuiskwam, zou zijn vader boos zijn geworden, waarna zijn vader hem zou hebben geslagen.
Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat zijn vader hem in de woning met een vlakke hand in zijn gezicht had geslagen. Ook hoorde ik [slachtoffer] zeggen dat zijn vader hem had gekrabd in zijn gezicht en nek. Tot slot hoorde ik [slachtoffer] zeggen dat zijn vader hem hierna had gewurgd.
Ik zag in de hals van [slachtoffer] meerdere rode en donkerblauwe/paarse verkleuringen, aan de rechterzijde. Ik zag aan de onderzijde van zijn hals meerdere rode striemen van enkele centimeters. Ik zag ook enkele verkleurde blauwpaarse plekken in zijn hals. Tot slot zag ik op zijn wang een kras van ongeveer twee centimeter. Ik zag dat de huid van [slachtoffer] licht was open geschaafd, het leek op een schaafwondje. Ik zag dat deze schaafwond met roodheid omgeven was.
2 . Een geschrift, te weten een forensisch medische letselrapportage van [GGD] d.d. 27 september 2024, opgemaakt door [forensisch arts] (p. 16-21), voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Startdatum/-tijd onderzoek: 20-09-2024 8:45
Aanvrager: Veilig Thuis
Naam: [slachtoffer]
Voornaam: [slachtoffer]
Geslacht: Man
Geboortedatum: [geboortedag 2] 2006
Geboorteplaats: [geboorteplaats 2]
Vraagstelling: verzoek voor letselonderzoek, vastleggen en letselbeschrijving bij een vermoeden van kindermishandeling

Bevindingen

Samenvatting letsels: Uitwendig zichtbaar letsel
Toelichting: Op het gezicht en hals zijn meerdere schaafverwondingen aangetroffen. Op de rechter onderarm is een plek aangetroffen met oppervlakkig puntvormige bloeduitstorting.

Beoordeling

Beantwoording vraagstelling: Letsels op aangezicht, linker oor, hals en arm passen eerder bij toegebracht dan accidentele aard.
De plek met op zijn rechter onderarm met puntvormige bloeduitstorting kan passen bij een afweerletsel.
Conclusie:
Op zijn gezicht bevinden zich meerdere schaafverwondingen, op zijn linker oorschelp en achter het oor plekken met bloeduitstorting en schaafverwonding. Op zijn rechteronderarm bevindt zich een plek met puntvormige bloeduitstorting. Deze letsels passen meer bij letsel van toegebrachte aard, dan van accidentele aard.

3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 november 2024 (p. 23-27), voor zover inhoudende:

De verdachte:
Achternaam: [verdachte]
Voornaam: [verdachte]
Geboren: [geboortedag 1] 1975
Adres: [adres]
V: Wat kan je vertellen over de relatie met je zoon?
A: Niet veel
V: Hoe is jullie relatie?
A: Niet goed zegt hij.
V: Sinds wanneer woont [slachtoffer] bij jou?
A: Ik snap de vraag niet, jullie weten dat toch al.
V: Wat is er op 18 september gebeurd?
A: Hij wilde naar buiten, maar dat ging niet, want de deur was op slot. Ik heb toen
de deur voor hem open gedaan en zei ga maar. Hij kwam terug en toen hadden we een woordenwisseling.
4. Een geschrift, te weten een meldingsbrief van [Veilig Thuis] met kenmerk ‘ [casusnummer] ’ d.d. 20 september 2024 (p. 8-12), voor zover inhoudende:
Ontvangstdatum melding: 18-09-2024
Naam melder: Politie
Melding: Hebben jongen aangetroffen op straat. Vader slaat hem in zijn gezicht, heeft hem in gezicht gekrabd en gewurgd. Politie geeft aan dat het letsel te zien is. Er zijn striemen in de nek, rode plekken. Dat is recent. Er zijn krabplekken op kin en in hals. Bij zijn sleutelbeen is het blauw en rood.
Fysiek gesprek [slachtoffer] , 19-09-2024
[slachtoffer] gevraagd naar wat er gisteren is gebeurd. [slachtoffer] zegt dat hij naar de politie is gegaan omdat er thuis een incident is geweest. Hij heeft ruzie gekregen met zijn vader. Hij heeft [slachtoffer] aangevallen zegt hij. Hij heeft hem gewurgd, geslagen in zijn gezicht en hem gekrabd.
Telefonisch gesprek vader, 19-09-2024
Hij zegt dat zijn zoon niet luistert en zijn spullen niet opruimt. Hij moest zijn beddengoed verschonen en dit heeft hij niet gedaan. Hij heeft zijn kind hiervoor gecorrigeerd.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn zoon, waarbij het slachtoffer geslagen en gekrabd is en van wie de keel tijdelijk is dichtgeknepen. Vervolgens heeft het slachtoffer zich in bij het politiebureau gemeld. Ook is bij het slachtoffer letsel vastgesteld. De verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aangetast en dat ook nog eens in de huiselijke omgeving, een plek waar eenieder, maar zeker een kind, zich veilig behoort te voelen. Daarbij komt dat het slachtoffer pas sinds enkele maanden in Nederland was en daarmee extra afhankelijk was van de zorg van zijn vader. De verdachte heeft met zijn handelwijze zich daar geen enkele rekenschap van gegeven, hetgeen hem door het hof wordt aangerekend.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 16 december 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van huiselijk geweld, waaronder tegen de moeder van de verdachte, doch dat deze veroordeling dateert van 27 juni 2018. Gelet hierop zal het hof deze omstandigheid niet in strafverzwarende zin meewegen in de op te leggen straf, maar het hof maakt hieruit wel op dat de verdachte kennelijk makkelijk overgaat tot het plegen van huiselijk geweld.
Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die tijdens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep zijn gebleken. In dat kader heeft het hof acht geslagen op de retourzending opdracht reclasseringsadvies d.d. 13 mei 2025. Daaruit volgt dat de verdachte, ondanks meerdere pogingen vanuit de reclassering, geen medewerking heeft verleend aan het opstellen van een reclasseringsadvies.
Alles afwegende acht het hof oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren en een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, passend en geboden.
Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. H.A.T.G. Koning, voorzitter,
mr. A.C. Bosch en mr. N.J.L.M. Tuijn, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J. de Leijer en mr. A.D. van Zaalen, griffiers,
en op 31 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. N.J.L.M. Tuijn is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.