ECLI:NL:GHSHE:2026:803

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
20-003366-24 OWV
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 6:6:25 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontnemingsmaatregel van €116.694 tegen bewindvoerder wegens verduistering

In deze zaak stond een bewindvoerder terecht die gedurende meerdere jaren structureel geld van zijn cliënten had verduisterd. De rechtbank Limburg had op 18 december 2024 een ontnemingsmaatregel opgelegd ter hoogte van €116.694, gebaseerd op het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. Tevens werd de duur van de gijzeling vastgesteld op maximaal 1.080 dagen.

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het hoger beroep behandeld en kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging van betrokkene. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, mede omdat de onderliggende strafrechtelijke veroordeling ongewijzigd bleef na een gelijktijdig arrest.

Het hof voegde toe dat er geen reden was om anders te beslissen dan de rechtbank. De ontnemingsmaatregel blijft daarmee in stand, inclusief de betalingsverplichting en de maximale gijzelingstermijn. De uitspraak werd op 25 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsmaatregel van €116.694 en de maximale gijzelingstermijn van 1.080 dagen tegen de bewindvoerder.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003366-24 OWV
Uitspraak : 25 maart 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 18 december 2024 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 03-098805-22 OWV tegen:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De rechtbank heeft het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op
€ 116.694,- en heeft aan betrokkene een betalingsverplichting opgelegd voor dat bedrag. Tevens heeft de rechtbank de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 Wetboek Pro van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd bepaald op 1.080 dagen.
Van de zijde van de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis en met de redengeving waarop dit berust.
Aanvullend overweegt het hof.
De rechtbank heeft de ontneming gebaseerd op een veroordeling door de rechtbank van 18 december 2024 (parketnummer 03/098805-22 ). Dit hof heeft bij arrest van heden (parketnummer 20-003367-24) deze veroordeling in stand gelaten. Daarmee blijft in hoger beroep de veroordeling waarop de ontneming is gebaseerd, ongewijzigd.
Nu het hof geen reden heeft anders te beslissen dan de rechtbank wordt het vonnis bevestigd.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,
mr. C.A. van Roosmalen en mr. C.M.A. Ellens - Veenhof, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier,
en op 25 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. C.M.A. Ellens – Veenhof is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.