ECLI:NL:GHSHE:2026:802
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- J.T.F.M. van Krieken
- M.L.P. van Cruchten
- M.J.M.A. van der Put
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen bevel tot gevangenhouding wegens vernieling en gevaar voor herhaling
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 12 maart 2026 het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant afgewezen, waarbij de gevangenhouding van verdachte was bevolen. Verdachte werd verdacht van vernieling van een ruit en had een bekennende verklaring afgelegd. Het dossier bevatte voldoende ernstige bezwaren en er was sprake van gevaar voor herhaling, mede gelet op eerdere veroordelingen voor vernieling.
Namens verdachte werd een beroep gedaan op artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering, maar het hof oordeelde dat dit op grond van de formele criteria voor een ISD-maatregel niet aan de orde was. Het Openbaar Ministerie streefde naar oplegging van een ISD-maatregel, waarvoor verdachte formeel voldeed aan de criteria.
Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd eveneens afgewezen. Hoewel verdachte werk en een woning had en onder reclasseringstoezicht geschorst zou kunnen worden, zag het hof geen voorwaarden om de kans op herhaling tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Het hof bevestigde daarmee de eerdere beschikking en wees het hoger beroep en het schorsingsverzoek af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding wordt afgewezen en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt eveneens geweigerd.