ECLI:NL:GHSHE:2026:798
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen bevel tot gevangenhouding wegens poging doodslag
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 5 februari 2026 het hoger beroep behandeld tegen het bevel tot gevangenhouding van verdachte, die wordt verdacht van poging tot doodslag, zware mishandeling en poging tot zware mishandeling. Het hof constateerde dat de behandeling van het hoger beroep niet voorspoedig was verlopen, maar besloot na belangenafweging dat dit niet tot een andere uitkomst leidt.
Het hof baseerde zich op het dossier, waaronder proces-verbaal van aangifte, verklaringen van getuigen en camerabeelden, en concludeerde dat de ernstige bezwaren tegen verdachte onverminderd van kracht zijn. De verdachte gaf een andere lezing, maar dit leidde niet tot een ander oordeel.
Gezien de ernst van het strafbare feit, de wettelijke strafdreiging van twaalf jaar of meer, en het risico op maatschappelijke onrust bij invrijheidstelling, acht het hof voorlopige hechtenis noodzakelijk. Daarnaast is er acuut gevaar voor herhaling, mede gelet op eerdere voorwaardelijke veroordelingen en het feit dat verdachte opnieuw in aanraking is gekomen met justitie.
Het hof bevestigde daarom de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 december 2025 en wees het hoger beroep af. De beslissing werd genomen door mr. O.M.J.J. van de Loo, mr. F. van Es en mr. J. Nederlof.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt het bevel tot gevangenhouding wegens ernstige bezwaren en acuut gevaar voor herhaling.