ECLI:NL:GHSHE:2026:796
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen bevel tot gevangenhouding wegens vluchtgevaar en gevaar voor herhaling
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 5 februari 2026 het hoger beroep van verdachte tegen het bevel tot gevangenhouding van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, afgewezen. De verdachte wordt verdacht van het opzettelijk buiten Nederland brengen en/of het aanwezig hebben van circa 2100 gram heroïne.
Het hof oordeelde dat er ernstige bezwaren tegen verdachte zijn, die onverkort aanwezig blijven. De verdachte had geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en was op weg naar Zwitserland, een niet-EU-land. Zijn verklaring over verblijf en visum in Zwitserland kon niet worden geverifieerd, wat het vluchtgevaar versterkt.
De verdediging voerde aan dat de in de auto aangetroffen verdovende middelen onrechtmatig verkregen bewijs zijn, maar het hof verwierp dit verweer omdat nader onderzoek in raadkamer niet mogelijk was en de onrechtmatigheid niet evident bleek uit het dossier. Daarnaast is er acuut gevaar voor herhaling, gezien de hoeveelheid drugs als handelsvoorraad en het financiële motief van verdachte. Het hof concludeerde dat verdachte mogelijk deel uitmaakt van een criminele organisatie en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding wordt afgewezen vanwege ernstig vluchtgevaar en gevaar voor herhaling.