De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 10 dagen gevangenisstraf wegens belediging van een ambtenaar in functie, met een schadevergoeding van €200 aan het slachtoffer. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd vanwege onvoldoende motivering door de politierechter.
Het hof acht bewezen dat de verdachte op 2 augustus 2025 een ambtenaar beledigde met grove woorden tijdens haar rechtmatige bediening. De strafbaarheid is onbetwist, maar de verdachte is reeds onder een onherroepelijke ISD-maatregel geplaatst voor twee jaar.
Gezien deze maatregel acht het hof het opleggen van een aanvullende straf niet opportuun en past artikel 9a Sr toe, waardoor geen straf of maatregel wordt opgelegd. De schadevergoeding van €200, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2 augustus 2025, wordt volledig toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
De verdachte wordt veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij, die tot op heden nihil zijn begroot. De duur van gijzeling bij niet-betaling wordt vastgesteld op maximaal twee dagen, zonder dat dit de verplichting tot schadevergoeding opheft.