Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 juni 2024, pagina’s 239 tot en met 241, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
het hof begrijpt: [benadeelde partij]] in mijn huis, eh paar keer gestoken. Hij is ehh, hij vloog mijn zoon aan van 15. En eh ik heb een keukenmes gepakt... […] Ik heb een paar keer gestoken waar ik kon steken toen hij mijn zoon aan het slaan was.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 juni 2024, pagina’s 80 tot en met 82, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 juni 2024, pagina’s 77 tot en met 79, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 28 juni 2024, pagina’s 110 tot en met 114, voor zover inhoudende (als de verklaring van [benadeelde partij] ):
het hof begrijpt: de verdachte]. Ik voelde het in mijn rug. Ik heb een klaplong.”
Een schriftelijk bescheid, te weten een geneeskundige verklaring d.d. 28 juni 2024, opgemaakt door [arts 1] , arts in opleiding tot specialist, namens [arts 2] , SEH-arts, pagina’s 149 tot en met 152, voor zover inhoudende:
hof: klaplong] rechts.
hof: borstholte/borstkas] thv clavicula [
hof: sleutelbeen].
Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, pagina’s 146 en 147, voor zover inhoudende:
Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 4 september 2024, pagina’s 196 tot en met 200, voor zover inhoudende:
Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 5 augustus 2024, pagina’s 178 tot en met 182, voor zover inhoudende:
Noodweerreeds overwogen dat de verdediging van de verdachte tegen de ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van het lijf van haar zoon door aangever weliswaar noodzakelijk, maar niet proportioneel was. Naar het oordeel van het hof was aldus sprake van een overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging. De vraag die het hof vervolgens dient te beantwoorden, is of deze overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging verontschuldigbaar en daarom niet strafbaar is.
in casuaannemelijk acht en derhalve aanneemt, verwijst het hof naar hetgeen hiervoor onder
Noodweeris overwogen. In aanvulling daarop leidt het hof uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, in het bijzonder de verklaringen van de verdachte en haar zoon, met het oog op het door de verdediging gedane beroep op noodweerexces, de volgende feiten en omstandigheden af. Het hof acht ook deze feiten en omstandigheden aannemelijk geworden.